Noot bij: Rechtbank Utrecht 3 juli 2009 (kleinkindonbereikbaar), LJN BJ1409 In: Tijdschrift voor Internetrecht, jaargang 2, nr. 4. Privacy, publicatie van persoonsgegevens op website, vrijheid van meningsuiting, verantwoordelijke, art. 6:196c BW, art. 1 Wbp, art. 8 Wbp, art. 8 EVRM, art. 10 EVRM Gedaagde exploiteert website kleinkindonbereikbaar.nl, waarop grootouders worden uitgenodigd persoonsgegevens van hun kleinkinderen in te vullen in een poging om verbroken contact weer te herstellen. Gegevens van eisers en hun kinderen staan op die website. Een verzoek om de gegevens te verwijderen heeft tot niets geleid. Art 6:196c is niet op deze dienstverlening van toepassing, omdat het hier om privacybescherming gaat, en dat valt onder de Wbp. Gedaagde moet als de verantwoordelijke in de zin van artikel 1 sub d Wbp worden aangemerkt. Immers, ook als de grootouders degenen zijn die de persoonsgegevens invullen en gedaagde de verantwoordelijkheid daarvoor uitdrukkelijk bij die grootouders heeft gelegd, dan nog geldt dat gedaagde het doel – dat is vermeld op de website – en de middelen voor de verwerking van die gegevens vaststelt. Bovendien blijkt dat gedaagde actief de toegang tot het besloten deel van de website, waar de te publiceren gegevens worden ingevoerd, controleert zowel door het “toetsen” van de motieven van de grootouders als door het verstrekken althans faciliteren van een inlogcode. Gedaagde heeft aangevoerd dat de gegevens niet door hem maar door de grootouders zijn ingevoerd, maar dit verweer faalt. Hij heeft immers zelf de grootouders daartoe uitgenodigd hoewel hij wist of had kunnen en moeten begrijpen dat de persoonsgegevens van de kleinkinderen en hun ouders daarmee onrechtmatig gepubliceerd zouden worden. Weliswaar heeft hij de grootouders er uitdrukkelijk op gewezen dat het ging om persoonsgegevens, maar nu hij daar verder niets aan heeft toegevoegd, is niet aannemelijk dat de grootouders de portee daarvan hebben begrepen, terwijl gedaagde dat als verantwoordelijke in de zin van de Wbp wél had kunnen en moeten begrijpen, mede gezien die genoemde uitdrukkelijke instructie aan de grootouders. Het invoeren van de gegevens door de grootouders dient derhalve voor rekening en risico van gedaagde te blijven. Het recht van gedaagde op een vrije meningsuiting moet hier derhalve wijken voor het recht van de kleinkinderen en hun ouders op bescherming van hun privacy. Oproepen tot het zonder toestemming publiceren van andermans persoonsgegevens op internet - dan zit je fout, daar komt dit vonnis op neer. Je moet dan in ieder geval als de wiedeweerga de gegevens van iemand die erover klaagt eraf halen, iets dat gedaagde sitebeheerder niet gedaan heeft, en de grootouders die de gewraakte gegevens erop hadden gezet ook niet. Het lijkt me dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) ook een taak heeft om handhavend op te treden en de hele site, of althans de persoonsgegevens die zonder toestemming gepubliceerd zijn, eraf te halen.[1] En vooral ook de oproep om andermans gegevens erop te zetten. Ik zie niet in hoe je, door het op internet publiceren van gegevens en foto's van je kleinkinderen, het contact zou kunnen herstellen. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat het alleen maar averechts werkt. De site heeft het erover dat je dan ook door zoekmachines gevonden wordt, en dat zo de omgeving van het kind wellicht ook geattendeerd wordt op het bestaan van grootouders die wanhopig het contact met hun kleinkind proberen te herstellen. De rechter heeft het over: "zoekmachines die naar verluidt een gebruiker rechtstreeks doorverbinden met de aangeklikte website". Ik begrijp niet helemaal wat de rechter daarmee wil zeggen, maar ik hoop dat hij met de woorden "naar verluidt" niet bedoelt dat hij zelf nog nooit ergens op geklikt heeft (en vervolgens "doorverbonden" is). Als het kleinkind in kwestie oud genoeg is, zeg vanaf een jaar of 8, dan kun je misschien als grootouders proberen met het kind zelf contact te krijgen, via Hyves of MSN. Werkt natuurlijk niet als je kleinkind in Polen woont en in het Pools opgroeit, zoals het kleinkind van de beheerder van de site.[2] Maar dan werkt kleinkindonbereikbaar ook niet. De beheerder, die zich kennelijk wel enigszins in de juridische kant van de materie had verdiept, meende dat hij zich aan verantwoordelijkheid kon onttrekken met een beroep op art. 6:196c BW. Maar helaas, de e-commerce richtlijn[3] stelt duidelijk dat de e-commerce regels niet van toepassing zijn op kwesties van privacybescherming. Volgens Arnoud Engelfriet[4] is dit de eerste keer dat een rechter deze redenering hanteert. Opvallend is dat de rechter indertijd in het Martijn-vonnis[5] deze weg niet gevolgd heeft. Dat was een wat steverige juridische basis geweest om een zorgplicht voor een forumbeheerder op te baseren dan het "bijzondere karakter" van die website.[6] Dat bijzonder karakter ìs er op de website van Martijn natuurlijk ontegenzeggelijk; alleen is het hebben van pedo-gevoelens en het erover praten niet strafbaar en ook niet onrechtmatig, dus waarom zou je dan een extra zorgplicht hebben? Overigens denk ik dat een beroep op art. 6:196c lid 4 BW de beheerder van kleinkindonbereikbaar sowieso niet zou baten, omdat hij zich meer dan de hostingprovider waar lid 4 op ziet met de inhoud van de site bemoeit,[7] alleen al door te verifiëren aan wie hij toegang verleent. De beheerder stelt het doel (het herstellen van contact, staat op de site) en de middelen (te weten de site) voor de verwerking van de gegevens vast, en daarmee is hij "verantwoordelijke" volgens art. 1 sub d Wbp. Hij voldoet duidelijk niet aan de verplichtingen uit de Wbp, en handelt dus onrechtmatig jegens eisers. Dat wellicht de betreffende grootouders óók fout zitten, doet aan de onrechtmatigheid van het handelen van de beheerder niet af. De beheerder had wellicht onder verantwoordelijkheid uit kunnen komen als hij hard had kunnen maken dat de grootouders doel en middelen vaststellen (en dus verantwoordelijke zijn) en hij slechts ten behoeve van die grootouders gegevens verwerkt (te weten: de faciliteiten van de website aanbiedt) zonder aan het rechtstreeks gezag van die grootouders te zijn onderworpen. Volgens een uitspraak van het CBP van 14 mei 2002[8] is de inhoud van de overeenkomst tussen verantwoordelijke en bewerker van belang. In casu lijkt mij duidelijk uit wat in de uitspraak over die overeenkomst gezegd wordt (“De doelstelling van de website Kleinkind Onbereikbaar is het contact herstellen tussen u en uw kleinkind. Door de gegevens van uw kleinkind op internet te publiceren – dat doet u bij het invullen van de gegevens bij “mijn kleinkind”- komen die gegevens beschikbaar voor zoekmachines, en zo hopelijk bij uw kleinkind of diens omgeving terecht.”) dat de beheerder inderdaad degene is die doel en middelen vaststelt. Maar wie weet is het toch mogelijk dat een forumbeheerder, afhankelijk van wat hij met z’n gebruikers heeft afgesproken, zich met succes op het standpunt kan stellen dat hij geen boodschap aan de boodschap heeft, slechts een platform biedt en als zodanig dus niet een verantwoordelijke maar slechts een bewerker is in de zin van de Wbp. De CBP Richtsnoeren[9] zeggen hier het volgende over “In beginsel is iedereen die een bijdrage levert zelf verantwoordelijk voor die verwerking van persoonsgegevens, maar de algemene verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige gegevensverwerking ligt bij de houder van het forum, omdat die immers het doel en de middelen bepaalt. De houder van de website of het forum, degene die formeel-juridisch de zeggenschap over de verwerking heeft, biedt degelegenheid tot het publiceren van gegevens en heeft daarom de plicht om zorg te dragen voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens.” Toch lijkt bovengenoemde CBP-uitspraak die ruimte te bieden. Het zonder toestemming, laat staan ondubbelzinnige toestemming, schrijven over en publiceren van foto's van anderen op internet gebeurt aan de lopende band. Doe maar 's mee met een sportevenement of ga naar een openbaar feest, en een paar dagen later kun je (en natuurlijk niet alleen jij) je foto op internet vinden. Maar ook tennisladders, blikkenlijsten en heel soms zelfs tentamencijfers ("geanonimiseerd" op studentnummer - maar nog steeds eenvoudig identificeerbaar!), het internet puilt uit van de persoonsgegevens. Van "betrokkenen" zelf, en vooral ook van anderen. Zet je kiekjes van een schooluitje of van een voetbalwedstrijd op internet, dan het is al mis. Soms kun je nog wel van stilzwijgende toestemming, of van toestemming achteraf uitgaan, maar heel vaak ook niet. Eigenlijk allemaal in strijd met de Wbp, dus. Maar zolang niemand aan de bel trekt gebeurt er niets, en ach, er mag wel meer niet, toch? Er is mij nog één andere Nederlandse site bekend (en een doorn in het oog)[10] die met zoveel woorden oproept tot het invullen van andermans gegevens, en dat is sterfdatum.nl. Overigens kan daar, anders dan op kleinkindonbereikbaar, nog altijd sprake zijn van naamgenoten, en is al snel duidelijk dat het niet serieus bedoeld is (hoewel het zien van je eigen rouwadvertentie voor sommige mensen wel best hard aan kan komen). In tegenstelling tot wat de beheerder zelf aangeeft, voldoet hij wèl aan notice-and-take-down verzoeken, hetgeen het lastig maakt om de site aan te pakken. Reeds in 2003 oordeelde het Hof van Justitie van de EG in de mijns inziens ongelukkige Lindqvist-uitspraak[11] dat het schrijven over de mede-vrijwilligers van een kerkgenootschap op een zelf geknutselde locale website viel onder het bereik van de Europese privacyregels.[12] De beheerder van kleinkindonbereikbaar had er goed aan gedaan het stroomschema op p. 5 van de CBP Richtsnoeren: Publicatie van persoonsgegevens op internet[13] te volgen. Hij was dan, denk ik, uitgekomen bij de conclusie: U mag geen persoonsgegevens publiceren op internet zonder rechtvaardigingsgrond uit art. 8 Wbp. En bij afwezigheid van toestemming sub a blijft dan over de belangenafweging van sub f - die volgens de beheerder ongetwijfeld anders uitvalt dan volgens de rechter (en het CBP, en de betrokken ouders, en mij). Ik begrijp heel goed de machteloosheid van grootouders die graag het opgroeien van hun kleinkinderen willen meemaken. Toch lijkt het mij dat het paardemiddel wat kleinkindonbereikbaar aanbiedt averechts werkt èn onrechtmatig is, en potentieel veel schade doet aan de informationele privacy van de ouders, maar vooral ook van de kleinkinderen zelf. Tina van der Linden
----
[1] Art. 65 e.v. Wbp. [2] Netwerk (uitzending van 18 juni 2009) overdeze zaak op www.netwerk.tv/uitzending/2009-06-18/kleinkind-onbereikbaar (met een link naar de reportage). [3] Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (‘richtlijn inzake elektronische handel’) PbEG 2000 L 178/1, Overweging 14 van de considerans en art. 1 lid 5 sub b. [4] blog.iusmentis.com/2009/07/06/privacyschending-op-website-ook-provider-aansprakelijk, 6 juli 2009. [5] Voorzieningenrechter Amsterdam 1 november 2007 (Martijn), LJN BB6926. De rechter wijst een beroep van gedaagde op art. 6:196c lid 4 af met: "Zij is geen internet dienstverlener die uitsluitend (technische) toegang verschaft tot een communicatienetwerk of behulpzaam is bij het tijdelijk, tussentijds geautomatiseerd opslaan van gegevens van een ander. Zij selecteert immers de personen die zij tot haar forum actief toegang verleent en plaatst dat forum in de context van haar eigen doelstellingen." Voorzieningenrechter Amsterdam 1 november 2007 (Martijn), LJN BB6926. [6] "Dit betekent dat op grond van het bijzondere karakter van de website van gedaagde zij bedacht moet zijn op, en beducht moet zijn voor misbruik en ook door haar ongewenst gebruik van haar website. " [7] Vgl. Voorzieningenrechter Amsterdam 12 maart 2009 (Trendylaarzen II), LJN BH7529. [8] CBP 14 mei 2002, Z2002-0362, opgenomen in Uitsprakenbundel Wet bescherming persoonsgegevens, Sdu Uitgevers, Den Haag 2009, p. 33-34. [9] Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet, te vinden op www.cbpweb.nl. [10] En niet alleen mij: zie ook Arnoud Engelfriet, http://blog.iusmentis.com/?s=sterfdatum, 13 december 2008. [11] Europees Hof van Justitie 6 november 2003 (Lindqvist), van zaak C101/01. Zie hierover Roderic C. Winkelhorst en Tina van der Linden-Smith, Persoonsgegevens op Internet, een (ver)melding waard? NJB 2004/12, en G.J Zwenne, Jurisprudentiebespreking Lindqvist-arrest., JAVI jaargang 2 (2004), pp. 65-69. [12] Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en de nationale implementatie daarvan. [13] Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet, te vinden op www.cbpweb.nl.
In: Tijdschrift voor Internetrecht, jaargang 2, nr. 4.
Privacy, publicatie van persoonsgegevens op website, vrijheid van meningsuiting, verantwoordelijke, art. 6:196c BW, art. 1 Wbp, art. 8 Wbp, art. 8 EVRM, art. 10 EVRM
Gedaagde exploiteert website kleinkindonbereikbaar.nl, waarop grootouders worden uitgenodigd persoonsgegevens van hun kleinkinderen in te vullen in een poging om verbroken contact weer te herstellen. Gegevens van eisers en hun kinderen staan op die website. Een verzoek om de gegevens te verwijderen heeft tot niets geleid.
Art 6:196c is niet op deze dienstverlening van toepassing, omdat het hier om privacybescherming gaat, en dat valt onder de Wbp.
Gedaagde moet als de verantwoordelijke in de zin van artikel 1 sub d Wbp worden aangemerkt. Immers, ook als de grootouders degenen zijn die de persoonsgegevens invullen en gedaagde de verantwoordelijkheid daarvoor uitdrukkelijk bij die grootouders heeft gelegd, dan nog geldt dat gedaagde het doel – dat is vermeld op de website – en de middelen voor de verwerking van die gegevens vaststelt. Bovendien blijkt dat gedaagde actief de toegang tot het besloten deel van de website, waar de te publiceren gegevens worden ingevoerd, controleert zowel door het “toetsen” van de motieven van de grootouders als door het verstrekken althans faciliteren van een inlogcode.
Gedaagde heeft aangevoerd dat de gegevens niet door hem maar door de grootouders zijn ingevoerd, maar dit verweer faalt. Hij heeft immers zelf de grootouders daartoe uitgenodigd hoewel hij wist of had kunnen en moeten begrijpen dat de persoonsgegevens van de kleinkinderen en hun ouders daarmee onrechtmatig gepubliceerd zouden worden. Weliswaar heeft hij de grootouders er uitdrukkelijk op gewezen dat het ging om persoonsgegevens, maar nu hij daar verder niets aan heeft toegevoegd, is niet aannemelijk dat de grootouders de portee daarvan hebben begrepen, terwijl gedaagde dat als verantwoordelijke in de zin van de Wbp wél had kunnen en moeten begrijpen, mede gezien die genoemde uitdrukkelijke instructie aan de grootouders. Het invoeren van de gegevens door de grootouders dient derhalve voor rekening en risico van gedaagde te blijven.
Het recht van gedaagde op een vrije meningsuiting moet hier derhalve wijken voor het recht van de kleinkinderen en hun ouders op bescherming van hun privacy.
Oproepen tot het zonder toestemming publiceren van andermans persoonsgegevens op internet - dan zit je fout, daar komt dit vonnis op neer. Je moet dan in ieder geval als de wiedeweerga de gegevens van iemand die erover klaagt eraf halen, iets dat gedaagde sitebeheerder niet gedaan heeft, en de grootouders die de gewraakte gegevens erop hadden gezet ook niet. Het lijkt me dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) ook een taak heeft om handhavend op te treden en de hele site, of althans de persoonsgegevens die zonder toestemming gepubliceerd zijn, eraf te halen.[1] En vooral ook de oproep om andermans gegevens erop te zetten.
Ik zie niet in hoe je, door het op internet publiceren van gegevens en foto's van je kleinkinderen, het contact zou kunnen herstellen. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat het alleen maar averechts werkt. De site heeft het erover dat je dan ook door zoekmachines gevonden wordt, en dat zo de omgeving van het kind wellicht ook geattendeerd wordt op het bestaan van grootouders die wanhopig het contact met hun kleinkind proberen te herstellen. De rechter heeft het over: "zoekmachines die naar verluidt een gebruiker rechtstreeks doorverbinden met de aangeklikte website". Ik begrijp niet helemaal wat de rechter daarmee wil zeggen, maar ik hoop dat hij met de woorden "naar verluidt" niet bedoelt dat hij zelf nog nooit ergens op geklikt heeft (en vervolgens "doorverbonden" is).
Als het kleinkind in kwestie oud genoeg is, zeg vanaf een jaar of 8, dan kun je misschien als grootouders proberen met het kind zelf contact te krijgen, via Hyves of MSN. Werkt natuurlijk niet als je kleinkind in Polen woont en in het Pools opgroeit, zoals het kleinkind van de beheerder van de site.[2] Maar dan werkt kleinkindonbereikbaar ook niet.
De beheerder, die zich kennelijk wel enigszins in de juridische kant van de materie had verdiept, meende dat hij zich aan verantwoordelijkheid kon onttrekken met een beroep op art. 6:196c BW. Maar helaas, de e-commerce richtlijn[3] stelt duidelijk dat de e-commerce regels niet van toepassing zijn op kwesties van privacybescherming. Volgens Arnoud Engelfriet[4] is dit de eerste keer dat een rechter deze redenering hanteert. Opvallend is dat de rechter indertijd in het Martijn-vonnis[5] deze weg niet gevolgd heeft. Dat was een wat steverige juridische basis geweest om een zorgplicht voor een forumbeheerder op te baseren dan het "bijzondere karakter" van die website.[6] Dat bijzonder karakter ìs er op de website van Martijn natuurlijk ontegenzeggelijk; alleen is het hebben van pedo-gevoelens en het erover praten niet strafbaar en ook niet onrechtmatig, dus waarom zou je dan een extra zorgplicht hebben?
Overigens denk ik dat een beroep op art. 6:196c lid 4 BW de beheerder van kleinkindonbereikbaar sowieso niet zou baten, omdat hij zich meer dan de hostingprovider waar lid 4 op ziet met de inhoud van de site bemoeit,[7] alleen al door te verifiëren aan wie hij toegang verleent.
De beheerder stelt het doel (het herstellen van contact, staat op de site) en de middelen (te weten de site) voor de verwerking van de gegevens vast, en daarmee is hij "verantwoordelijke" volgens art. 1 sub d Wbp. Hij voldoet duidelijk niet aan de verplichtingen uit de Wbp, en handelt dus onrechtmatig jegens eisers. Dat wellicht de betreffende grootouders óók fout zitten, doet aan de onrechtmatigheid van het handelen van de beheerder niet af.
De beheerder had wellicht onder verantwoordelijkheid uit kunnen komen als hij hard had kunnen maken dat de grootouders doel en middelen vaststellen (en dus verantwoordelijke zijn) en hij slechts ten behoeve van die grootouders gegevens verwerkt (te weten: de faciliteiten van de website aanbiedt) zonder aan het rechtstreeks gezag van die grootouders te zijn onderworpen. Volgens een uitspraak van het CBP van 14 mei 2002[8] is de inhoud van de overeenkomst tussen verantwoordelijke en bewerker van belang. In casu lijkt mij duidelijk uit wat in de uitspraak over die overeenkomst gezegd wordt (“De doelstelling van de website Kleinkind Onbereikbaar is het contact herstellen tussen u en uw kleinkind. Door de gegevens van uw kleinkind op internet te publiceren – dat doet u bij het invullen van de gegevens bij “mijn kleinkind”- komen die gegevens beschikbaar voor zoekmachines, en zo hopelijk bij uw kleinkind of diens omgeving terecht.”) dat de beheerder inderdaad degene is die doel en middelen vaststelt. Maar wie weet is het toch mogelijk dat een forumbeheerder, afhankelijk van wat hij met z’n gebruikers heeft afgesproken, zich met succes op het standpunt kan stellen dat hij geen boodschap aan de boodschap heeft, slechts een platform biedt en als zodanig dus niet een verantwoordelijke maar slechts een bewerker is in de zin van de Wbp. De CBP Richtsnoeren[9] zeggen hier het volgende over “In beginsel is iedereen die een bijdrage levert zelf verantwoordelijk voor die verwerking van persoonsgegevens, maar de algemene verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige gegevensverwerking ligt bij de houder van het forum, omdat die immers het doel en de middelen bepaalt. De houder van de website of het forum, degene die formeel-juridisch de zeggenschap over de verwerking heeft, biedt de gelegenheid tot het publiceren van gegevens en heeft daarom de plicht om zorg te dragen voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens.” Toch lijkt bovengenoemde CBP-uitspraak die ruimte te bieden.
Het zonder toestemming, laat staan ondubbelzinnige toestemming, schrijven over en publiceren van foto's van anderen op internet gebeurt aan de lopende band. Doe maar 's mee met een sportevenement of ga naar een openbaar feest, en een paar dagen later kun je (en natuurlijk niet alleen jij) je foto op internet vinden. Maar ook tennisladders, blikkenlijsten en heel soms zelfs tentamencijfers ("geanonimiseerd" op studentnummer - maar nog steeds eenvoudig identificeerbaar!), het internet puilt uit van de persoonsgegevens. Van "betrokkenen" zelf, en vooral ook van anderen. Zet je kiekjes van een schooluitje of van een voetbalwedstrijd op internet, dan het is al mis. Soms kun je nog wel van stilzwijgende toestemming, of van toestemming achteraf uitgaan, maar heel vaak ook niet. Eigenlijk allemaal in strijd met de Wbp, dus. Maar zolang niemand aan de bel trekt gebeurt er niets, en ach, er mag wel meer niet, toch?
Er is mij nog één andere Nederlandse site bekend (en een doorn in het oog) [10] die met zoveel woorden oproept tot het invullen van andermans gegevens, en dat is sterfdatum.nl. Overigens kan daar, anders dan op kleinkindonbereikbaar, nog altijd sprake zijn van naamgenoten, en is al snel duidelijk dat het niet serieus bedoeld is (hoewel het zien van je eigen rouwadvertentie voor sommige mensen wel best hard aan kan komen). In tegenstelling tot wat de beheerder zelf aangeeft, voldoet hij wèl aan notice-and-take-down verzoeken, hetgeen het lastig maakt om de site aan te pakken.
Reeds in 2003 oordeelde het Hof van Justitie van de EG in de mijns inziens ongelukkige Lindqvist-uitspraak[11] dat het schrijven over de mede-vrijwilligers van een kerkgenootschap op een zelf geknutselde locale website viel onder het bereik van de Europese privacyregels.[12] De beheerder van kleinkindonbereikbaar had er goed aan gedaan het stroomschema op p. 5 van de CBP Richtsnoeren: Publicatie van persoonsgegevens op internet[13] te volgen. Hij was dan, denk ik, uitgekomen bij de conclusie: U mag geen persoonsgegevens publiceren op internet zonder rechtvaardigingsgrond uit art. 8 Wbp. En bij afwezigheid van toestemming sub a blijft dan over de belangenafweging van sub f - die volgens de beheerder ongetwijfeld anders uitvalt dan volgens de rechter (en het CBP, en de betrokken ouders, en mij). Ik begrijp heel goed de machteloosheid van grootouders die graag het opgroeien van hun kleinkinderen willen meemaken. Toch lijkt het mij dat het paardemiddel wat kleinkindonbereikbaar aanbiedt averechts werkt èn onrechtmatig is, en potentieel veel schade doet aan de informationele privacy van de ouders, maar vooral ook van de kleinkinderen zelf.
Tina van der Linden
----
[1] Art. 65 e.v. Wbp.
[2] Netwerk (uitzending van 18 juni 2009) over deze zaak op www.netwerk.tv/uitzending/2009-06-18/kleinkind-onbereikbaar (met een link naar de reportage).
[3] Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (‘richtlijn inzake elektronische handel’) PbEG 2000 L 178/1, Overweging 14 van de considerans en art. 1 lid 5 sub b.
[4] blog.iusmentis.com/2009/07/06/privacyschending-op-website-ook-provider-aansprakelijk, 6 juli 2009.
[5] Voorzieningenrechter Amsterdam 1 november 2007 (Martijn), LJN BB6926. De rechter wijst een beroep van gedaagde op art. 6:196c lid 4 af met: "Zij is geen internet dienstverlener die uitsluitend (technische) toegang verschaft tot een communicatienetwerk of behulpzaam is bij het tijdelijk, tussentijds geautomatiseerd opslaan van gegevens van een ander. Zij selecteert immers de personen die zij tot haar forum actief toegang verleent en plaatst dat forum in de context van haar eigen doelstellingen." Voorzieningenrechter Amsterdam 1 november 2007 (Martijn), LJN BB6926.
[6] "Dit betekent dat op grond van het bijzondere karakter van de website van gedaagde zij bedacht moet zijn op, en beducht moet zijn voor misbruik en ook door haar ongewenst gebruik van haar website. "
[7] Vgl. Voorzieningenrechter Amsterdam 12 maart 2009 (Trendylaarzen II), LJN BH7529.
[8] CBP 14 mei 2002, Z2002-0362, opgenomen in Uitsprakenbundel Wet bescherming persoonsgegevens, Sdu Uitgevers, Den Haag 2009, p. 33-34.
[9] Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet, te vinden op www.cbpweb.nl.
[10] En niet alleen mij: zie ook Arnoud Engelfriet, http://blog.iusmentis.com/?s=sterfdatum, 13 december 2008.
[11] Europees Hof van Justitie 6 november 2003 (Lindqvist), van zaak C101/01. Zie hierover Roderic C. Winkelhorst en Tina van der Linden-Smith, Persoonsgegevens op Internet, een (ver)melding waard? NJB 2004/12, en G.J Zwenne, Jurisprudentiebespreking Lindqvist-arrest., JAVI jaargang 2 (2004), pp. 65-69.
[12] Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en de nationale implementatie daarvan.
[13] Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet, te vinden op www.cbpweb.nl.